|
Gelukkig, voor de
echte tuinfanaten is er zelfs in de winter nog iets te doen waarmee ze
met hun hobby bezig kunnen zijn.
Planten met Vlezige wortels:
Men kan nu van planten met vlezige
wortels stekken nemen,
trouwens de hele winter door, mits de grond niet al te stijf bevroren is
natuurlijk.
Dat doet men als volgt: Men steekt
een stukje van de plant af. Welke planten dat zijn staat hieronder.
Maak de wortels los van elkaar en schoon, en, heel belangrijk, onthoud
wat de bovenkant is.
Snij de stengels nu in stukjes van ongeveer 7 cm. lang. Snij de
bovenkant recht af en de onderzijde schuin.
Vul een pot met vochtige, luchtige
stekgrond, prik hier met een stokje gaten in, bijna net zo diep als de
stekken lang zijn. Nu kunt U de stekken met de schuin afgesneden zijde ,
de onderzijde dus, in de aarde steken. Laat er ongeveer 1 cm bovenuit
steken. Dek nu de grond af met wat grof zand of klein grind,
tot even boven de stekjes.
Vergeet niet een stokje met de naam
van de plant erbij te steken.
Men kan de potten bewaren in de schuur voor het raam, of buiten in de
tuin, maar dan moet men ze wel ingraven.
De navolgende planten zijn voor
bovenstaande stekmethode geschikt:
Acanthussoorten, Brunnera,
Echinops (kogeldistel), Eryngium (de blauwe distel), Geranium (de
vaste soorten dus tuingeraniums), Symphytum (smeerwortel),
Verbascum (toorts), Dictamnus albus (vuurwerkplant).
Navolgende soorten kan men echter
beter in de schuur of garage voor het raam bewaren, aangezien deze
stekken niet echt goed tegen vorst kunnen:
Gebroken Hartje (Dicentra), Trollius (Kogelbloem), Oosterse papaver
(Papaver orientale, Erodium (reigersbek), Crambe (zeekool).
Planten met dunne
wortels:
Dit gaat iets anders. Ook deze
stekken kunnen in de winter worden genomen. Het voordeel, van deze
planten is dat men niet op boven- of onderkant hoeft te letten. Men vult
de pot, uiteraard met gaatjes onderin, met vochtige stekgrond tot
ongeveer 5 cm. onder de rand. Dan LEGT men de stukjes plat op de aarde.
Eventuele neuspuntjes die al te zien zijn laat men naar boven wijzen.
Strooi nu een dunne laag stekgrond, ongeveer een dikke centimeter, over
de stekjes en druk die licht aan. Water geven is niet nodig, want de
stekgrond was immers al vochtig. Wel moet er iets water worden gegeven
als de grond gaat uitdrogen.
Strooi nu een laagje grof zand of klein grind in de potten om uitdrogen
te voorkomen.
Zet nu de potten op een koude plaats, schuur of garage voor het raam.
Deze potten kan men pas na februari eventueel in de tuin ingraven.
Als men in het voorjaar aan de onderzijde van de pot de worteltjes eruit
ziet komen, is het tijd om de jonge plantjes in goede tuingrond uit te
planten.
De navolgende planten zijn voor
deze stekmethode geschikt:
Vlambloem (Plox paniculata),
Ossentong, (Anchusa), Kogelprimula (Primula denticulata), Kokardebloem (Gaillardia),
Herfstanemoon (Anemone hybrida).
En de laatste de Boompapaver (Romneya coulteri), deze is echter niet
echt winterhard en daarom moeten de stekken van deze plant in ieder
geval tot na de vorst binnen blijven.
En dan in het voorjaar
is het zover, als de plantjes ongeveer zo groot zijn, mogen ze worden
uitgeplant.
|