|
Zelfs in het natte Nederland is
uitdroging soms een probleem.
Zodat we wel gedwongen zijn water te geven.
Hier dus enige tips.
Planten sterven eerder door gebrek
aan vocht dan door gebrek aan voedsel.
Ze hebben water nodig voor het
oplossen en transporteren van de voedingsstoffen. Er is ook een
duidelijk verband tussen de ontwikkeling van het wortelgestel en de
hoeveelheid beschikbaar water.
Planten hebben krachtige gezonde
wortels nodig om water op te kunnen nemen. Dergelijke planten zijn
sterk. Ze kunnen tegen een stootje en hebben minder last van ziekten.
Een milieuvriendelijke tuinder zal
spaarzaam water geven.
Planten die overdag slap hangen in de felle zon, zien er 'smorgens vroeg
- als de dauw op de bladeren ligt- vaak florissant uit. Het slap hangen
van de planten is een methode om de verdamping te verminderen.
Zolang de planten dus alleen
overdag bij felle zon slap hangen is er geen reden tot extra water
geven.
Planten die maar klakkeloos water krijgen daarentegen zijn vaak veel
kwetsbaarder en de gevoeligheid voor ziekten en plagen neemt toe.
Dus wat te doen:
Zorg dat het organisch stofgehalte
in de bodem groot is. Dit verhoogt het watervasthoudende vermogen van de
bodem. De planten beschikken dan makkelijker en langduriger over water.
Dus bemest met organische mest en ook door blad en plantresten te laten
liggen verhoogt men het organisch stofgehalte.

Pas de beplanting aan bij de omstandigheden
in uw tuin. Op een droge zandgrond horen geen planten die veel water
nodig hebben. Planten die geschikt zijn voor droge grond kenmerken zich
vaak door kleine blaadjes (tijm,) stevig blad (brem) of veel
beharing (ezelsoor).
Zorg voor een losse bodemstructuur.
Regenwater dringt er dan makkelijker in. Eventueel na betreding van de
grond deze weer met de hark wat los maken.
Vooral kleigrond slaat gauw dicht na een regenbui.
Schoffel open stukken bij voorkeur
na een regenbui, zodat het bovenlaagje van de grond loskomt van de
ondergrond. Water uit de bodem trekt zo niet meer naar boven waar het
zomaar verdampt.
Zorg voor een volledige bedekking
van de grond. Zet planten zover uit elkaar dat ze als ze volgroeid zijn
de bodem volledig bedekken. Compost, stro en hooi of afgemaaid gras zijn
ook geschikte materialen om te bedekken.
Laat eventueel in het voorjaar de
afgestorven delen van vaste planten tussen de planten liggen.
Maar niet teveel. Want teveel
bedekking geeft weer kans op ongedierte en slakken.
Heeft men open stukken grond in de
siertuin, plant daar dan b.v. bodembedekkers.
In de schaduw onder struiken kan dat zijn klimop, kruipend zenegroen,
kleine maagdenpalm en in de zon: tijm en vetplanten, zoals muurpeper en
zacht vetkruid.
Op vochtige plaatsen penningkruid.
Ze hebben niet alleen een vochtvasthoudende functie maar sluiten ook de
grond af voor onkruiden.

Aardewerk potten verdampen veel
water en onttrekken dan water aan de potgrond.
Ze voor gebruik in ieder geval een nacht in het water en zet er een
andere pot omheen of gebruik potten met een geėmailleerde binnenkant.
Doe wat klei of bentoniet door de potgrond. Te koop in tuincentra.
Vang regenwater op in een ton en
gebruik dat om te begieten.
Leg de composthoop op een
beschaduwrijke plek aan. Deze droogt daardoor bijna nooit uit, bovendien
komt dit het verteringsproces ten goede.
Wanneer moet U nu wel water geven:
Bij aanhoudende droogte. Let U dan
op de grond. Indien deze op een diepte van 10 cm. nog vochtig is, is
water geven niet nodig.
Na het zaaien kan de grond vrij
droog zijn, gebruik dan altijd een gier met fijne straal of maak de
zaaigeul van tevoren nat en dek af met droge grond.
Na poten of planten is het altijd
goed om water te geven . De aarde zet zich dan goed om de wortels, die
daardoor beter aanslaan. Dit geldt ook in de winter bij het planten van
bomen.Bij droog weer ook het plantgat van tevoren reeds nat maken met
water.
Indien U graszoden gebruikt voor de
aanleg van een gazon moet U de zoden vochtig houden, totdat de wortels
zijn vastgegroeid.
Sproeien doet men het liefst 's
avonds of s'morgens vroeg. Het laatste is eigenlijk het beste zodat de
planten overdag goed kunnen drogen, onder natte omstandigheden
ontwikkelen zich snel schimmelsporen.
Als U gaat sproeien sproei dan lang
achter elkaar, dit is veel effectiever dan meerdere malen kort
sproeien.Minimaal 6 mm per keer is meestal voldoende voor een hele week.
Pot en kuipplanten hebben meestal
iedere dag water nodig, soms zelfs twee maal per dag met erg warm en
winderig weer.
Ze houden echter niet zo van koud water op hun voeten. Dus geef het
liefst water uit een regenton of gieter die al een dagje staat.
Met name gewassen als tomaten,
komkommers en meloenen, etc. krijgen eerder last van rot als U ze koud
water geeft. Bij deze planten kunt U het water ook beter niet bij de
wortelhals geven, maar in een ingegraven bloempot naast de plant.
|